Oud-profvoetballer Tony Herreman: ‘Ik viel in een zwart gat’

Thomas Lissens
Published on Thursday 130321
Tony Herreman (ex-Germinal Ekeren en AA Gent) blikt terug op mooie momenten uit zijn rijkgevulde voetbalcarrière en de moeilijke periode die hij daarna heeft doorgemaakt.

Jean-Marie en Danny Pfaff, Filip De Wilde en Geert De Vlieger. Het zijn maar enkele talenten die gevormd werden in de kweekvijver die KSK-Beveren in de jaren tachtig was. Onder hen ook Tony Herreman. De Oost-Vlaming doorliep er op één jaar na alle jeugdreeksen voor hij op zestienjarige leeftijd lid werd van het eerste elftal. Bijna tien jaar na zijn voetbalpensioen, na een carrière van achttien seizoenen in eerste klasse, maakt Herreman de balans op. Hij komt terug op de mooie momenten, de gemiste kansen en de moeilijke periode die hij na zijn carrière te verwerken kreeg.

Tony Herreman (43) speelde ruim 450 wedstrijden in de Belgische eerste klasse, het grootste deel daarvan in het rood-gele truitje van Germinal Ekeren. Zijn positieve agressiviteit en mentaliteit vielen op en daarom klopten Club Brugge, Standard en Anderlecht destijds aan bij Germinal Ekeren. Maar voorzitter Jos Verhaegen wou zijn talentvolle verdediger niet laten gaan. ‘Ik heb daar heel lang van wakker gelegen’, zegt Herreman. ‘Daardoor zag ik veel Europese matchen en ook een plek in de nationale ploeg aan mijn neus voorbijgaan.’

Is het altijd een droom geweest om profvoetballer te worden?

‘Absoluut. De school is voor mij altijd bijzaak geweest, op elk vrij moment was ik aan het voetballen. Ik  begon met voetballen in clubverband bij VW Hamme, en na één seizoen ben ik verhuisd naar KSK Beveren. Daar mocht ik op mijn zestiende naar de eerste ploeg, maar ik moest in eerste instantie toch lang wachten op speelkansen. Op een dag kwam Wilfried Van Moer, mijn toenmalige trainer bij Beveren, naar mij en hij zei me vlakaf dat ik te klein was voor topvoetbal. Als een monument als Van Moer zoiets tegen je zegt dan komt dat keihard aan, maar ik heb die knop omgedraaid en ik ben blijven doorbijten.’

Wanneer bent u er dan in geslaagd om door te breken?

‘Dat was op mijn achttiende. De toenmalige linksachter Eddy Maes brak zijn enkel tijdens een trainingskamp in Frankrijk en lag zes maanden in de lappenmand. Trainer René Desaeyere kwam naar mij en hij vroeg me of ik het zag zitten om de volgende wedstrijd tegen Antwerp op de linksbackpositie te spelen. ‘Ik wil dat je Lehnhoff uit de match houdt’, voegde hij er nog aan toe. ‘Geen probleem’, antwoordde ik hem, zonder dat ik wist dat hij dé absolute topspeler van The Great Old was. De wedstrijd eindigde op 2-2 en Lehnhoff is nooit in het stuk voorgekomen. Sindsdien is de trein vertrokken.’

Na 71 wedstrijden voor Beveren bent u verhuisd naar Germinal Ekeren, een logische stap?

‘Het was inderdaad een stap hogerop, maar het had ook helemaal anders kunnen lopen. Na mijn eerste jaar in eerste klasse lag er voor mij een vijfjarig contract klaar bij Club Brugge. Ik kreeg een halve week bedenktijd, en heb uiteindelijk beslist om de boot nog een jaar af te houden en bij Beveren te blijven. De foute keuze, bleek achteraf. Het daaropvolgende seizoen werd Brugge kampioen en degradeerde Beveren. Na dat seizoen kreeg ik een aanbieding van Germinal Ekeren en heb ik beslist om daar mijn carrière verder te zetten.’

Europees voetbal

In de UEFA-beker nam u het met Germinal Ekeren op tegen Celtic Glasgow, hoe kijkt u daarop terug?

‘Ik krijg er nog koude rillingen van. Als je in een stadion mag spelen waar er 60.000 mensen binnen kunnen, dan is dat fenomenaal. We speelden toen nog in het oude Celtic Park. De tribunes bestonden uit veel hout en waren enorm stijl. Tijdens de training, de dag voor de match, was dat al indrukwekkend. Maar als je dan twee uur voor de match aankomt in een stadion waar You’ll never walk alone uit 60.000 kelen weerklinkt, dan is dat toch even slikken. We zijn daar met 2-0 verloren, maar die sfeer dat vergeet ik nooit. Ik vind het heel jammer dat ik niet meer Europese wedstrijden heb kunnen spelen, maar daarvoor moet je bij een topclub spelen. Ik heb die kans gekregen, maar ik heb ze niet gegrepen. ‘

Tijdens uw periode bij Germinal solliciteerden zowel Anderlecht, Club Brugge, als Standard nadrukkelijk naar uw diensten, waarom is een overstap er toen niet gekomen?

‘In die tijd was het niet vanzelfsprekend om als jonge speler naar een topclub te verhuizen, het Bosman-arrest was toen ook nog niet uitgesproken. Germinal Ekeren vroeg 45 miljoen Belgische Frank. In die tijd was dat veel geld. De transferperikelen bleven echter aanslepen tot Jos Verhaegen besliste om 100 miljoen op mijn hoofd te plakken, wat natuurlijk veel te veel was. Ik heb daar heel lang van wakker gelegen. Als je bij één van die drie Belgische topclubs speelde, dan kwam je automatisch in aanmerking voor de nationale ploeg.’

Is de grootste teleurstelling uit uw carrière dat u nooit Rode Duivel bent geweest?

‘Inderdaad, samen met die gemiste transfer naar Club Brugge. Ik heb alle nationale jeugdreeksen doorlopen. De beloften waren op training wel sparringpartner van de eerste ploeg. Ik heb daardoor de kans gehad om tegen toppers als Eric Gerets, Jean-Marie Pfaff en Jan Ceulemans  te spelen. Ik ga nooit het moment vergeten waarop ik als jonge gast door de benen van Eric Gerets speel. Daardoor kon ik de bal voor brengen, waarna Wilmots op de lat kopte. Na die actie komt Gerets naar mij en zegt: “Goed gespeeld.” Nog geen vijf minuten later lag ik geblesseerd langs de kant. Toen heb ik kennis gemaakt met de echte leeuw. Op die manier dwongen die mannen respect af. In de huidige nationale ploeg lopen enkele zeer getalenteerde spelers rond, maar ik denk dat ik met mijn mentaliteit zeker deel zou uitmaken van de selectie.’

Zwarte Gat

Uw professionele loopbaan heeft u dan afgesloten bij Charleroi?

Dat klopt. Normaal had ik een contract tot 2006, maar tijdens mijn periode daar werd ik drie maanden geschorst voor een positieve dopingtest. Na een botsing met Standard-aanvaller Lukunku had ik een zware neusbreuk opgelopen en ging er geen dag voorbij zonder hoofdpijn. Om die pijn tegen te gaan gebruikte ik een neusspray, en volgens de artsen van Charleroi had ik daaraan die positieve dopingtest te danken. Elke arts of apotheker weet echter dat er in geen enkele neusspray cafeïne zit, ze hebben mij daar geflikt. Nadat ik mijn schorsing had uitgezeten en hersteld was van een zware knieblessure kreeg ik te horen dat ik geen plaats meer had in het eerste elftal. Dat betekende meteen het einde van mijn professionele carrière.’

Wat heeft u dan na uw carrière gedaan?

‘Net zoals veel collega’s ben in na mijn carrière in een zwart gat gevallen. Tijdens mijn loopbaan werd alles voor mij geregeld, maar opeens stond ik er alleen voor. Ik had ook niets achter de hand gehouden, ik moest gaan stempelen en toen is het verkeerd beginnen te lopen. Het begon toen mijn toenmalige vrouw de scheiding aanvroeg en vertrok met al mijn bezittingen en mijn spaargeld dat ik tijdens mijn carrière bij elkaar had gespaard. In datzelfde jaar stierf ook mijn vader. Hij was mijn held, dankzij hem ben ik profvoetballer kunnen worden. Toen enkele maanden later ook nog mijn hond stierf was het hek helemaal van de dam. Ik wilde niet meer leven. Ik ben op een nacht in het midden van de expressweg gaan zitten, maar gelukkig heeft mijn moeder me daar net op tijd kunnen weghalen. Sindsdien heb ik de knop omgedraaid. Ik heb professionele hulp gezocht en vanaf dan gaat het weer beter. Momenteel werk ik in een taverne en ben ik jeugdtrainer bij Eendracht Opstal. Daarnaast heb ik ook een nieuwe liefde leren kennen, en ik kijk ernaar uit om samen van het leven te genieten.’