Jan Van Rompaey blikt terug op lange carrière

Florence Van Erps
Published on Wednesday 120502
Twee jaar geleden stopte Jan Van Rompaey met televisie maken. Hij is vooral bekend als reportagemaker en presentator van praatprogramma's. Voor print maakt hij af en toe nog een uitzondering.

Echt van het scherm zal de 71-jarige journalist echter nooit gaan. Zijn legendarische reportages voor Echo, Magezien en Janenalleman komen nog geregeld terug in nostalgische beelden. Hij bleef zijn hele carrière trouw aan de openbare omroep, toverde de bekende woorden ‘het is hier ge-wel-dig’ uit Eddy Wally z’n mond en was de grondlegger van programma’s die mensen uitzonden zoals ze waren, zonder de spot ermee te drijven.

Tijdens uw legerdienst begon u al radio te maken met ‘Het soldatenuurtje’, nadien maakte u televisiereportages voor ‘Echo’ en ‘Terloops’ en u ligt aan de basis van de rechtstreekse tv-uitzendingen. Wat deed u het liefst als u hierop terugblikt? Radio, reportages of die legendarische rechtstreekse uitzendingen?

'Voor radio en televisie werken is helemaal anders, je kan dat echt niet vergelijken. Ik hou van radio omdat het zo’n intiem medium is: je zit in een studio met een technicus en dat is het dan. Althans, in mijn tijd. Nu zijn ze daar omringd met schermen en zitten ze niet langer, ze STAAN nu aan een tafel.

Televisie vraagt een veel grotere technische rompslomp, veel meer mensen en is dus een stuk moeilijker. Daar staat tegenover dat de impact veel groter is, ook al omdat er meer kijkers zijn. Hoewel, naar ‘Janenalleman’ op zondagmiddag (Omroep Brabant, de huidige Radio 2, nvdr) luisterden toch meer dan één miljoen luisteraars, er was ook geen concurrentie: geen De zevende dag, geen VTM en haast geen commerciële stations. Het programma ging live, net als later bijna al mijn televisieprogramma’s.

Ik heb live altijd veel leuker gevonden: spannender, je hoeft achteraf niet meer te monteren, iedereen en vooral de technici zijn veel alerter en het biedt meer mogelijkheden. Een confrontatie tussen twee tegenstanders is bijvoorbeeld véél boeiender als je als kijker weet dat het programma live gaat en niemand kan voorspellen hoe het zal aflopen. De eerste experimenten met televoting en spraaktechnologie (in het praatprogramma 'Zeker Weten') hadden alleen maar zin omdat we rechtstreeks uitzonden.'

Ik liet me vertellen dat u ooit een geboortekaartje ontving van een persoon die u niet kende. Als persoonlijke boodschap stond er ‘gemaakt tijdens uw uitzending op de radio’. Wat vindt u hiervan?

'Het gebeurde in het radioprogramma ‘Zomaar’ (Omroep Limburg) dat ‘s avond werd uitgezonden. Dat programma was niet echt bedoeld voor studenten maar ze vormden waarschijnlijk wel de meerderheid van de luisteraars. Het geboortekaartje kwam van twee jonge ouders en het kind heette Jan. Er stond inderdaad op ‘gemaakt tijdens uw programma’. Ik ben ook eens op zoek gegaan naar een jonge vrouw die schreef dat ze nog één keer naar het programma zou luisteren en dan uit het leven
zou stappen. Ik heb ze niet gevonden en de politie ook niet, maar ik heb ze tijdens de uitzending proberen te overhalen om het niet te doen. Hopelijk is dat me gelukt. Ik kreeg vooral in ‘Zomaar’ en in ‘Janenalleman’ ontzettend veel brieven: enkele duizenden zijn naar het VRT-archief verhuisd wegens thuis geen plaats.'

U heeft een lange carrière, uitzonderlijk. Maar daarbij komt ook dat u zolang voor de openbare omroep werkte. Nu switchen bekende koppen al eens graag naar de privézenders. Wat was de reden van uw trouw aan de VRT?

'Ik heb wel meerdere malen de kans gekregen om over te stappen, waaronder een aanbod van Mike en Guido (Mike Verdrengh en Guido Depraetere, nvdr) dat mij deed duizelen. Het contract lag klaar en toch heb ik het niet gedaan. Ik voelde toen zelf dat ik bij VTM nooit de vrijheid zou genieten die ik bij VRT wél kreeg. Dat gold vooral voor satirische programma’s (zoals ‘Magezien’) en zeker (maar dan later) voor de ombuds- en consumentenprogramma’s zoals ‘Ombudsjan’ en ‘Klant of Koning?’. Bij VTM zou ik veel meer gebonden zijn aan de wetten van een wereld met sponsors en adverteerders. Ik wou ook loyaal blijven aan de openbare omroep omdat ik daar tenslotte veel kansen had gekregen. Maar het is waar, ik zou nu veel rijker zijn mocht ik indertijd zijn ingegaan op de voorstellen.'

Tijdens uw rechtstreekse uitzendingen dreef u uw redactie soms tot wanhoop. U maakte iedere uitzending eerst op papier. Tegen de tijd dat het op televisie kwam, veranderde het hele scenario. Wat maakte u zo onzeker? Of was het perfectionisme?

'De twee woorden kloppen: onzekerheid en perfectionisme. Omdat de programma’s rechtstreeks werden uitgezonden had ik de kans om zo'n aflevering tot het laatste moment fijn te tunen en te verbeteren. Dat heet dan misschien perfectionisme.

Een soort van onzekerheid zorgde ervoor dat ik ook voortdurend probeerde nog verbeteringen aan te brengen. Dat was belangrijk, na elk programma word je tenslotte getaxeerd en de kritiek was vaak niet mals. Bovendien kon tijdens een rechtstreekse uitzending alles mis gaan: zowel technisch als inhoudelijk. Een camera kon uitvallen, een gast kon niet komen opdagen. Het was het best om te proberen zoveel mogelijk incidenten te voorkomen, maar dat creëerde natuurlijk twijfel en  onzekerheid. Bovendien was het gedrag van de praatgasten vaak onvoorspelbaar. Ik moest voortdurend op mijn hoede zijn. Dat alles maakte het voor de redactie niet gemakkelijker, vandaar mijn reputatie.'

Wat heeft die stress bij rechtstreekse uitzendingen voor u betekend?

'Ik denk dat stress (noem het plankenkoorts of camera- of microfoonangst of faalangst of...) zich in de loop van zo’n carrière opstapelt en zich later wreekt. Stress is nooit helemaal weg te denken, ook al krijg je een zekere routine en word je beslagen in het opvangen van noodsituaties. Ik zei het al: na elke uitzending word je getaxeerd en op de korrel genomen, goed of slecht, de kritiek van kijkers en recensies is vaak ongenadig. Het is niet verwonderlijk dat ik, sinds ik met pensioen ben, twee keer in een ziekenhuis heb gelegen (terwijl ik 368 televisie-uitzendingen heb gemaakt en maar één keer wegens ziekte afwezig ben gebleven). Ik denk dat stress zich op lange termijn op die manier manifesteert en zich dus wreekt.'