Het levensverhaal van een gedreven kostuumontwerpster

Lore Renson
Published on Tuesday 150127
Kostuumontwerpster Frieda Dauphin-Verhees is 76 jaar, maar geeft nog altijd met veel plezier les aan de studenten kostuumontwerp van de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.

Ik herinner het me nog levendig, vier jaar geleden was het.  Met een lichte spanning belde ik om stipt 14 uur aan bij Frieda Dauphin - Verhees. Geen vijf minuten eerder, want dan kwam Frieda kijken en zei dat we nog vijf minuten moesten wachten en plof de deur ging weer dicht. Vijf minuten later mochten we binnen en werd de thee uitgeschonken. Iemand melk in de thee? Suiker? Suiker graag Frieda. Met een bibberende hand brachten we het kopje naar onze mond en dachten ‘niet morsen alstublieft, niet morsen’.  

Nu vier jaar later duw ik vijf minuten te vroeg op de bel en doet Frieda de deur onmiddellijk open. Met een stralende glimlach zegt ze; ‘Loreke ik ben zo blij dat je er bent’. Ik ga naar binnen en geef haar een kus, ‘frak aan de kapstok’ zegt ze, ‘yes’ denk ik, ze is nog niets veranderd. Ze loopt me, op haar hakjes voor, met haar 1,44m en schoenmaat 32.

Ik ga haar prachtige living binnen en hoor de cd van Madame Marin Marais en ruik de versgemaakte thee al. ‘Melk of suiker in je thee Loreke?’’ Suiker graag Frieda’.

Frieda, hoe moet ik je aankondigen, met Dauphin of Verhees?

Doe maar Dauphin - Verhees. Mijn naam is Verhees, maar toen ik trouwde met mijn ex (omdat mijn schoonmoeder dat wilde) stonden we in het telefoonboek met de D van Dauphin. Ik begon toen net in het theater en de film te werken en onder Verhees vonden ze me niet terug, dus is het Dauphin gebleven om verwarring te vermijden.

We zullen beginnen bij het begin, je bent geboren in 1938.

Ja, mijn ouders zaten in de bioscoop terwijl ze keken naar Sneeuwwitje.

Je hebt de oorlog meegemaakt, heeft dat nog steeds een impact op jou?

Een enorme impact. Heel Antwerpen zat vol met Duitse soldaten, de Meir hing vol vlaggen met de Swastika. Ik zie nog het vluchtende Duitse leger, van op mijn balkon, ik was zes. Enkele dagen na de bevrijding moest ik naar school, maar toen kwam het ergste, de V-Bommen, op mijn bed had mijn moeder de strijkplank gelegd net boven mijn hoofd. Nu nog steeds, als ik een vliegtuig hoor, moet ik even gaan kijken en word ik onrustig. Ik ben bang voor een nieuwe oorlog.

Hoe was je als kind?

Rustig en altijd alleen. Toen ik voor het eerst naar school ging, heb ik zo gebruld dat mijn moeder me moest komen halen. Vanaf mijn 6 jaar was ik schoolplichtig maar dat waren vreselijke jaren. Ik stond alleen op de speelplaats en vond dat leuk zo. Ik was enig kind in een groep van volwassenen. Ik heb me altijd alleen moeten zien bezig te houden en dat lukte, net als nu. In mijn territorium, alleen in mijn grote huis en lege kamers.

Had je toen al die passie voor kleren, theater en opera?

Ik moet er toen al oog voor hebben gehad want ik weet nog precies hoe motiefjes van kleren van mijn moeder eruitzien, zonder dat daar foto’s van bestaan. Mijn ouders namen me in 1948 mee naar ’Rosamunde’ van Schubert, ik zag de kostuums en ik was verliefd.

Je hebt je moeder vroeg verloren.

Ja, de gruwel in mijn leven. Nu is alles wat gebeurt minder erg. Mijn moeder had botkanker en zes jaar lang heeft ze gevochten, maar ze was terminaal. Ze schreeuwde van de pijn en kreeg geen morfine. Op het einde kreeg ze morfine en werd ze verslaafd. Elke nacht stond ik op om voor haar te zorgen, zes jaar lang. Terwijl ik overdag voor kleuteronderwijzeres speelde en ‘s avonds naar de academie vluchtte om te gaan schilderen. Ik had geen leven. Op mijn 22ste is ze gestorven.

Je had je diploma van kleuteronderwijzeres.

Mijn moeder vond het een goed idee om kleuterjuf te worden , dan had ik gedaan om vier uur, had veel vakantie, kon mijn kind mee naar school en had ik een goed pensioen. In die tijd luisterde je naar je moeder, dus haalde ik dat diploma. Na mijn moeders dood heb ik alles over boord gegooid, en ben in café ‘De muze’ gaan werken, dat was toen een ontmoetingsplek voor kunstenaars.

Hoe ben je dan als kostuumontwerpster in het theater en de film terecht gekomen?

Ik volgde al avondlessen schilderen in de Academie toen beeldhouwer Luc Monheim me vroeg om de kostuums te maken voor zijn eerste film ‘Verloren Maandag’ dat was in 1973. Ik maakte al enkele jaren mijn kleren zelf en Luc vond mijn stijl passen bij zijn film. Vanaf die film werd ik meer en meer gevraagd, ook voor theater en televisiewerk. Ik heb de kostuums ontworpen en gemaakt voor ondermeer De Vieze Gasten, de film Brussels by Night en in de jaren negentig heb ik de Familie Backeljau gedaan, ik had toen geld nodig.

Je hebt kostuums gemaakt voor de studenten van de voormalige theaterschool, Studio Herman Teirlinck, hoe ben je daar beland?

Ik had een vriend van me, Daniel Wijnberg, geholpen voor een productie die hij maakte voor de Studio. Hij was onberekenbaar, dus hebben ze aan mij gevraagd of ik zijn plaats wilde overnemen. Ik heb voor de studio van 1976 tot 1993 gewerkt. Ik mocht de studenten begeleiden bij de zeven producties die ze per jaar maakten. Ik stelde zo snel en goedkoop mogelijk de mooiste kostuums samen. Koen De Bouw, Mieke De Groote, Marc Van Eeghem en vele anderen heb ik toen begeleid. Mijn schilderscarrière is mislukt, maar wat ik in theater heb gedaan, is mijn voldoening voor esthetiek geweest. 

Dan ben je op pensioen gegaan, en dan ben je beginnen werken op de Academie voor Schone Kunsten als docente kostuumgeschiedenis en kostuumvormgeving.

Ja, ik ben op pensioen gegaan omdat ik kapot was, te veel gewerkt. Maar omdat kostuumontwerper Ivaneanov me vroeg om les te geven ging ik in meteen akkoord. Ik heb een groot deel van de twintigste eeuw meegemaakt. Ik kan de leerlingen leren hoe een jurk uit de jaren 30, 40, 50 eruit ziet, want in alle Belgische films en series is dat fout. Ik geef nu alleen nog les aan de eerste- en tweedejaars. Maar ik ga moeten afbouwen want ik ben al 11 jaar boven de pensioengerechtigde leeftijd en nu mag het echt niet meer. Ik moet stoppen, daarom ben ik een cursus aan het maken van mijn lessen.

Waren er veel mannen in je leven?

Op mijn 14de wist ik al dat ik een man wilde, voor bepaalde dingen, maar dat ik nooit wou samenwonen en dat ik misschien een kind wou.

Ik heb mijn man leren kennen, Gerald Dauphin, fotograaf en soulmate, we zijn getrouwd in 1964 en tien jaar gelukkig geweest en woonden samen. Hij werd depressief en ik ben alleen gaan wonen. Toen bleek ik zwanger. In 1973 is Len geboren. Ik bleef met hem in het grote huis wonen in Berchem dat ik van mijn vader kreeg. Len zag zijn vader regelmatig.

Enkele jaren later leerde ik Antoine kennen, hij was 18, ik 32, maar dat zag je niet aan mij. Hij was zeven jaar lang mijn passionele minnaar. In de vakanties gingen we samen met mijn zoon naar zijn vakantiehuis in Valence. Dat was een zalige tijd, een mijlpaal in mijn leven. Tot Antoine uiterst links werd en zich aansloot bij een ‘celulle’. Dan heb ik het uitgemaakt. Ik wil geen politieke keuzes maken.

Heb je nog contact met Antoine?

Ja, hij is nu een fundamentalistische moslim.

En met je man Gerald Dauphin?

We zijn gescheiden in de jaren negentig. We kwamen nog goed overeen, maar als de essentie er niet meer is - en dat was bij ons lachen - dan gaat het niet meer. Hij is in 2007 gestorven.

Heb je nog mannen gekend?

Dat waren vooral onenightstands. Sommige wilden meer, maar ik wilde mijn eigen territorium, ik wil dat met niemand delen. Net zoals ik het als veertienjarig meisje in 1952 al wilde. Ik heb me eraan gehouden.

Je hebt één zoon

Len. Hij zat in de muziekwereld en heeft de muziek gemaakt voor ‘The Broken Circle Breakdown’. Hij heeft het moeilijk gehad met het succes. Het probleem in de muziekwereld is de drankduivel.

Je hebt één kleindochter.

Victoria, ze is zeven jaar en een schatje.

Ben je nooit eenzaam?

Ik heb me in mijn hele leven nog nooit alleen gevoeld. Maar als ik met mensen ben, is dat fantastisch. Nu zie ik mijn studenten nog, dat zal na een tijd stoppen en dat is geen probleem voor mij.

Hoe ging het op financieel vlak?

Ik heb altijd net genoeg geld gehad. Ik deed theater en filmproducties door elkaar en verdiende weinig, maar dat zegt veel over het plezier dat ik had in mijn werk.

Tijd om foto’s te nemen, soepel als een kat gaat ze in de zetel zitten. Ik betrap mezelf erop dat ik zit te staren. ‘Zo wil ik ook oud worden.’

Heb je geen last van kwaaltjes?

Niet meer. Ik heb jarenlang verschrikkelijke rugpijn gehad, de dokters hadden me al opgegeven, ik had zelfmoordplannen. Tot ik de Alexandertechniek ontdekte. Na een les was alle pijn weg. Je leert een techniek om je lichaam zo te gebruiken om de spanning in je spieren weg te laten. Dat is een wonder. Ik ben ook 4 cm gegroeid.

'Met de rimpels rond mijn ogen en mond kan ik leven , maar mijn lijf dat moet nog juist zitten'

Geloof je in God?

Ik weet niet of God bestaat, ik ben zonder godsdienst opgegroeid. Maar toen ik op vakantie was met Antoine in Valence, toen heb ik op een nacht het familiespook gezien dat daar al sinds 1850 ronddoolt. Telkens als ik piano speelde, stond hij achter mij. Dus ik sluit niets uit, alles is mogelijk. Alles kan, ik zal wel zien als ik dood ben.

Ben je gelukkig?

(volmondig) Ja!

Wat wil je nog graag zeggen?

Ik vind dat die multiculturele maatschappij nu eindelijk eens tot rust moet komen. Dat de mensen hun geloof belijden, welke godsdienst dan ook, maar dat in stilte doen. En erover zwijgen, thuis in hun kop. Zodat wij allemaal samen kunnen leven. Maar zwijg er in godsnaam over.