Dossier loges: grootmeester hoopvol over de toekomst

Pieter Apers en Hannah Schaevers
Published on Monday 130603
Jongeren en de vrijmetselarij: geen evidente combinatie. Misschien heeft alle geheimzinnigheid er wel iets mee te maken. Wij vroegen het aan grootmeester Jef Asselbergh.

Een voorzitter met een stierenkop op zijn hoofd, zwarte misvieringen of duiveluitdrijvingen. De vrijmetselarij moet na enkele eeuwen nog altijd opboksen tegen allerlei vooroordelen. Of jongeren een plaats hebben in het geheime genootschap is ook niet duidelijk. Een verhelderend gesprek over jongeren en de loge met Jef Asselbergh, de grootmeester van het Grootoosten van België (GOB), met 10.000 leden de grootste vrijmetselaarskoepel van ons land.

Stellen jongeren zich minder levensbeschouwelijke vragen?

‘Dat zou je aan hen moeten vragen, maar ik denk het niet. Zo sprak ik onlangs voor een groep jongeren van achttien jaar. Er was veel belangstelling, in het bijzonder voor wat de vrijmetselarij inhoudt. Weinig jongeren kennen de loge. Maar als je uitlegt wat het is, namelijk mensen die samenkomen om aan hun levensbeschouwing te werken zonder leergezag, zonder pastoor of imam die iets oplegt, zijn ze zeer geïnteresseerd.’

‘Toch zijn ze minder vertegenwoordigd in de vrijmetselarij. Denkt u dat rituelen hen afschrikken?

‘Daar geloof ik niets van. Er is geen leeftijdsgroep die zo veel rituelen heeft als de jongeren. Elke generatie heeft haar eigen ding. Dus ze hebben wel behoefte aan zoiets. Als ze katholiek, moslim of vrijmetselaar worden, moeten ze zich schikken naar de rituelen die daarbij horen. Al valt het bij de vrijmetselarij volgens mij heel goed mee. Als de rituelen afschrikken, heeft dat volgens mij niets met de leeftijd te maken. Sommige mensen hebben daar fundamenteel een afkeer van, dat zal niet veranderen.’

De loge stelt een formele leeftijdsgrens van 21 jaar. Waarom?

‘Ik denk dat die louter praktisch van aard is. Of we iemand toelaten heeft eigenlijk niets te maken met leeftijd. Veel belangrijker is of een kandidaat er klaar voor is. Vrijmetselaar zijn vereist een zeker engagement. Men vergelijkt het met naar de kerk gaan: je gaat of je gaat niet. Maar zo werkt het niet. Het vraagt tijd om aanwezig te zijn, je te integreren en uiteindelijk om mee te denken. Als je daar geen tijd voor hebt, begin je er beter niet aan. Dat ligt soms moeilijk bij jonge mensen. Als je jong bent, begin je te werken en sticht je een gezin. Zo heb je minder tijd om je echt te engageren. Daarnaast is de leeftijdsgrens ook een gevolg van de gestegen levensverwachting. Vroeger leefden mensen minder lang en werden ze op jongere leeftijd toegelaten.’

Merken jullie in het Grootoosten van België dat er minder aanvragen zijn van mannen jonger dan 25? (red. hier zijn alleen mannen toegelaten)

‘Er zijn wel aanvragen maar daar wordt terughoudend op gereageerd. Wij stellen ons de vraag of iemand gesetteld is en of hij zal blijven komen. Ik vind dat men daar soms in overdrijft. Daarnaast is het belangrijk of iemand er mentaal en intellectueel voor openstaat.’

Zou het helpen als de vrijmetselarij zich meer openstelt?

‘Het idee over de vrijmetselarij als geheimzinnig of mysterieus is fel overtrokken. Buiten de ledenlijsten kan je er alles over te weten komen. Door de ontwikkeling van het begrip ‘geheim’ is het een eigen leven gaan leiden. ‘Het geheim’ slaat eigenlijk op de ervaring die je hebt als vrijmetselaar. En die is voor iedereen anders. Ik kan niemand uitleggen wat dat betekent. Het geheim is eigenlijk iets wat elke vrijmetselaar zelf invult.’

Bent u ervan overtuigd dat de loge zal blijven bestaan?

‘Absoluut. Mensen zullen altijd de behoefte hebben om met anderen over hun levensbeschouwing of  opvattingen te praten. De vrijmetselarij bestaat sinds de 18de eeuw toen mensen samenkwamen met de gedachte: “Laten we nu eens los van onze politieke en godsdienstige opvattingen met elkaar praten.” Die behoefte is er altijd geweest en is volgens mij universeel en eeuwig, ook bij jongeren. We zien dan ook dat de gemiddelde leeftijd van de gerekruteerden lichtjes daalt. Blijkbaar hebben jongeren ook nood aan wat meer houvast en inzicht. Er is meer dan enkel voetbal en koers in het leven.’

Handleiding voor de vrijmetselarij

De eerste loges werden in het begin van de 18de eeuw gesticht in Engeland.

De eerste vrijmetselaars waren gelovig.

In katholieke landen werden de meeste loges gaandeweg vrijzinnig.

Vandaag bestaat het onderscheid tussen reguliere (traditionele) en
irreguliere (vrijzinnige) vrijmetselarij.

België telt bijna 25.000 vrijmetselaars, wereldwijd zijn het er vijf miljoen.

Als vrijmetselaar word je lid van een loge of werkplaats.

Elke werkplaats maakt deel uit van een obediëntie, een overkoepelend orgaan.

Ons land telt zes obediënties.

In drie ervan (Grootoosten, Grootloge en Reguliere Grootloge) worden alleen mannen toegelaten. Twee obediënties (Lithos en Le Droit Humain) zijn gemengd. De Vrouwengrootloge is exclusief vrouwelijk.

In de loge werkt men aan zichzelf, zodat men een beter mens wordt. In metselaarstaal: ‘kappen aan de ruwe steen’.

De vrijmetselarij verwijst met symbolen naar godsdienstige en filosofische tradities.

Vandaar termen als: ‘de winkelhaak en passer’, ‘een bouwstuk opleveren’, … De meeste symbolische attributen gaan terug tot de “kathedraalbouwers”.

Bekende Belgische vrijmetselaars zijn onder meer: Siegfried Bracke (N-VA), Karel De Gucht (Open VLD), Steve Stevaert (sp.a), Elio Di Rupo (PS), Tony Mary (ex-gedelegeerd bestuurder VRT) en Luc Van der Kelen (Het Laatste Nieuws).