Brussels Light Festival: een light versie van Gent

Cedric Matthys
Published on Saturday 131102
De Brusselse haven bestaat 20 jaar en dat wordt gevierd met het Brussels Light Festival. Nog tot nu zondag (3/11) is de kanaalzone gehuld in een gloed van licht. Onze reporter bracht een bezoekje.

Een toren van Pisa die bestaat uit duizenden ledlichtjes, twee Engelsen die 4 miljoen volt door hun lichaam laten stromen en vuurwerk van op een boot. Dat de Brusselse haven haar twintigste verjaardag niet zomaar voorbij wil laten gaan, is een feit. Dat er hier en daar nog wat kinderziektes bovendrijven, is spijtig genoeg ook een feit.

Brigitte Grouwels (CD&V), Brussels minister van Openbare Werken en Vervoer, trapte het eerste Brussels Light Festival op gang. De bezoekers volgen er een tocht op een plannetje of via de speciaal ontworpen app. De tocht langs de kanaalzone gaat van start net voor de KBC-gebouwen waar meteen het meest opvallende werk staat. Een toren van Pisa helemaal gemaakt uit ledlampjes, wat direct doet denken aan het Gentse lichtfestival, waarover later meer.

4 miljoen volt

De smartphone-applicatie leidt me verder de brug over, naar de andere kant van het kanaal waar het middelpunt van het festival ligt. Ik maak een ommetje langs de Citroëngarage en tref er een levensechte Afrikaanse olifant aan. Later loop ik langs twee lichtanimaties, de ene al beter dan de andere, om zo bij de Lords of Lightning uit te komen. Twee Engelsen die op een verhoog staan en 4 miljoen volt door hun lichaam laten gieren. Impressionant, dat is het woord dat ik zocht.

Iets verder breekt de straat open voor mijn voeten. De Skeleton Dance, een lichtprojectie op de grond, toont een onderwereld waar skeletten dansen en verliefd worden op elkaar. Waarom het werk langs beide kanten omringd is door hekken, waardoor het maar langs twee kanten zichtbaar is voor het publiek, is me een raadsel. Het lijkt alsof de organisatie helemaal niet wil dat ernaar gekeken wordt.

Grote vlammen

Geen haven zonder vuurtoren dacht Brussel en daarom werpen vanop de UP-site, de hoogste woontoren van België, twee grote schijnwerpers lichtbundels over onze hoofdstad. Twee keer per avond geven de kinderen van het Klein Kasteeltje, een opvangcentrum voor asielzoekers, dan weer het beste van zichzelf. Samen met een professionele vuurmeester varen ze door de kanaalzone en schieten ze vuurwerk af vanop een boot. Af en toe ontspringen er ook grote vlammen uit de schouwen.

Ja, de tocht zit er bijna op. Op het einde van de tour kan je een boodschap schieten op een digitale muur of een pintje drinken rond het kampvuur. Zei ik rond? Mijn excuses, op een afstand van tien meter van een kampvuur bedoel ik. Dichter kan je niet geraken want hekken versperren je de weg. De angst voor brandwonden zit er blijkbaar diep in.

Gentse Lichtfestival

Of Brussel de mosterd voor het Lichtfestival haalde in Gent, waar in 2011 en 2012 het gelijkaardige festival plaatsvond, is niet geweten. Wel kan ik u vertellen dat Gent grootser uitpakte. Ik was erbij een jaar geleden en het Lichtfestival sloeg me met verstomming. De hele binnenstad verlicht, van minutieus geprojecteerde verhalen tot erg kunstige projecten.

Het enige minpunt aan de Gentse versie was de kostprijs, 600.000 euro. Daarom besloot de Oost-Vlaamse stad om het Lichtfestival slechts om de drie jaar te organiseren. Maar wees eerlijk, ik heb liever om de drie jaar een knaleditie dan elk jaar een flauw afgietsel van het festival. Daarom vraag ik u Brussel: bel Termont, de Gentse burgervader even op, nodig hem uit, schenk hem een stevige kop koffie in en luister. Luister en leer.