Beslissing over beurzen wetenschappelijk onderzoek ter discussie

Casper Mazijn en Yannick Ravoux
Published on Sunday 151108
Onderzoeksprofessor Wenmackers (KUL) wil de financiering voor wetenschappelijk onderzoek eerlijker laten verlopen. Eerst een kwaliteitscontrole, daarna loting. Het zou vriendjespolitiek en het gebrek aan transparantie tegengaan.

Sylvia Wenmackers, onderzoeksprofessor Wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven, vindt dat de methode om beurzen toe te kennen sterk kan verbeteren. Door de onderzoeksvoorstellen eerst kort te beoordelen op kwaliteit, en dan aan loting over te laten, krijgt iedereen een gelijke kans op financiering. David Van Reybrouck stelde deze loting in plaats van verkiezingen ook al voor in 2013. Het zou eerlijker verlopen dan het huidige systeem.

 'Met een loting zou de financiering goedkoper, transparanter en eerlijker verlopen.’

Veel wetenschappers dienen aanvragen in bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek voor financiering om onderzoek te kunnen doen. Momenteel worden deze aanvragen beoordeeld door een speciale commissie. Deze werkgroep beslist of de onderzoeker een beurs krijgt of niet. Ongeveer vijftien procent van de aanvragen krijgt een beurs toegekend.
 

Wat zijn precies de nadelen van het huidige systeem om de financiering toe te kennen?

Professor Sylvie Wenmackers: ‘Momenteel is de hele procedure om beurzen toe te kennen nogal wazig. De criteria waaraan een onderzoek moet voldoen, zijn te subjectief. Het is mogelijk dat een onderzoeksvoorstel wordt goedgekeurd. Maar als het dan nog eens ingediend wordt het jaar daarop, kan het opeens niet goed genoeg zijn. Deze commissies kosten veel geld. Bij loting komt dit kapitaal vrij voor wetenschappelijk onderzoek.'

Critici van uw voorstel vrezen voor kwaliteitsverlies van wetenschappelijk onderzoek als de beslissing aan loting wordt overgelaten. Is dit terecht?

Wenmackers: ‘De beslissing overlaten aan een loting betekent niet dat er geen kwaliteitscontrole gebeurt. Anders zou iedereen inderdaad de mogelijkheid hebben om een beurs te krijgen voor onderzoek dat geen waarde heeft. Een onderzoeksvoorstel zou eerst beoordeeld worden,
en dan pas naar de volgende ronde met loting gaan. De uiteindelijke beslissing is op die manier volledig objectief, aangezien de kans bij loting voor iedereen even groot is.

Dienen sommigen dan niet gewoon meerdere onderzoeken in om een zo hun kansen te vergroten?

Wenmackers: ‘De financiering wordt één keer per jaar beslist. Per jaar zou je maar één onderwerp mogen indienen, een persoonsgebonden limiet dus. Anders zou het inderdaad niet meer eerlijk verlopen.’  

U heeft zelf financiering kunnen krijgen voor uw onderzoeken, waarom strijdt u dan voor een ander systeem?

Wenmackers:  ‘Het is inderdaad niet uit een persoonlijk wrok dat ik dit voorstel doe. Vrienden en kennissen van me, die zeer goede wetenschappers zijn, heb ik jarenlang zien worstelen met het systeem omdat ze maar geen financiering te pakken kregen. Met een loting zou de financiering goedkoper, transparanter en eerlijker verlopen.’

Vragen bij vriendjespolitiek  

Jorne Laton, een doctoraatstudent aan de VUB, zegt zich wel te kunnen vinden in het voorstel van professor Wenmacker. ‘Door loting kan ik me inbeelden dat het eerlijker verloopt. Natuurlijk moet er een kwaliteitscontrole aan verbonden zijn, anders is er geen enkele garantie op goed onderzoek.’

Laton voert een onderzoek om hersenziektes zoals schizofrenie te kunnen opsporen via hersenscans en automatische computerprogramma’s. Hij kreeg een onderzoeksplaats aangeboden van een professor die al een financiering kon versieren. De doctoraatstudent heeft wel zijn bedenkingen bij de 'vriendjespolitiek' waarover sprake is. ‘Ik heb een aanvraag gedaan om een extra beurs te krijgen voor mijn onderzoek, en mijn promotor kende de voorzitter van de commissie goed. Dit heeft dus geen effect gehad, want we hebben de beurs niet gekregen.’